Uien

Uien maken al jaren deel uit van ons bouwplan. Het is een gewas wat goed past in de vruchtwisseling en mechanisatie. Je kan maximaal 1 keer in 6 jaar uien telen op hetzelfde perceel, liever nog 1 x in de 8 jaar. Als je te vaak uien teelt op een perceel krijg je last van ziektes en slechte opbrengsten. Vooral Fusarium kan een groot probleem worden.

We telen voornamelijk zaaiuien, maar soms ook plantuien. Plantuien zijn, de naam zegt het al, kleine uitjes, die geplant worden in de herfst of het hele vroege voorjaar. Ze zijn dan eerder oogstbaar dan de zaaiuien en dat zorgt er dan weer voor dat we in Nederland heel het jaar goede kwaliteit uien kunnen verkopen. Plantuien kan je niet lang bewaren en moeten na het drogen gelijk naar de consument. Zaaiuien worden gezaaid vanaf eind maart, zodra de grond droog genoeg is en de buitentemperaturen weer een beetje hoger worden. We hebben gele en rode zaaiuien.  

Ze worden erg ondiep gezaaid op een vaste ondergrond en dan toegedekt met mooie losse grond. Per hectare ongeveer 1 miljoen zaadjes, waarvan er ongeveer 800.000 moeten opkomen voor een goede opbrengst. De onkruidbestrijding is erg lastig omdat uien erg teer zijn.

Vaak proberen we, net als in de suikerbieten, met kleine doseringen onkruidbestrijdingsmiddel het gewas schoon te houden en natuurlijk wordt er altijd ook geschoffeld als de uien groot genoeg zijn. Ook schimmels kunnen het uienblad aantastten en daartegen moeten de uien regelmatig beschermd worden. We maken daarbij gebruik van advies software, die berekent, aan de hand van het weer, stand van het gewas en weersvoorspelling,  wanneer het een gevaarlijke periode is voor besmetting met schimmels en weten zo precies wanneer we een bespuiting moeten uitvoeren.

De oogst is begin september en de uien worden dan eerst uit de grond gerooid en op het land gelegd in lange banen(een zwad) en na even drogen in de zon en wind opgeladen en naar de bewaarloods gebracht. Daar doen we de uien in grote houten kisten en slaan ze op in de bewaarcel. Ze worden dan gelijk verder gedroogd om een zo mooi mogelijke kleur te krijgen. Als dat allemaal goed gaat heb je een goudgele ui (of een rode), die snel terug gekoeld wordt tot 3 a 4 graden Celsius en zo tot juni in het volgende jaar bewaard kan worden. Het drogen en koelen gebeurt allemaal met zonne energie net zoals de uien ook gegroeid zijn op zonne energie.