Aardappelen

Aardappelen zijn ons belangrijkste gewas, we telen tafel-, frites-, en pootaardappelen. De tafelaardappelen zijn voornamelijk bedoeld voor afzet via de supermarkt en nog wat lokale afzet. Onze telers coöperatie Nedato wast en sorteert de aardappelen, ook worden ze daar verpakt en afgeleverd bij de supermarkten. De frites aardappelen zijn van het ras Agria en bedoeld voor de verse frites productie, die gaan naar een frites fabriek en die maken er voorgebakken patat van voor directe verkoop.

De pootaardappelen gebruiken we voor een gedeelte weer zelf in het daaropvolgende jaar en een ander gedeelte wordt verkocht aan collega's via onze afzet coöperatie Agrico.

Het groeiseizoen van aardappelen begint in April en de oogst is vanaf September tot wel November als het weer tegenzit.

Het poten doen we in ruggen, zodat de piepers makkelijker te oogsten zijn. Elk ras en elke potermaat heeft zijn eigen plantafstand. Grote pootaardappels planten we verder uit elkaar dan kleinere, datzelfde geldt ook voor de fritesaardappelen zodat we grote knollen krijgen en dus mooie lange frietjes kunnen maken.

Onze pootmachine wordt aangestuurd door computers, deze zorgen ervoor dat de trekker recht blijft rijden (tot op 2cm nauwkeurig) en kunnen we afhankelijk van de plaats in het veld de plantafstand, hoeveelheid meststof en gewasbeschermingsmiddel variëren. Dit is nodig omdat de grond niet overal hetzelfde is, ook binnen een perceel kunnen behoorlijke verschillen zijn. Deze techniek zorgt ervoor, dat we optimaal gebruik maken van zowel grond, pootgoed en bemesting. Op een plek waar het makkelijker groeit poten we de aardappels dichter bij elkaar en geven we wat meer bemesting. Het resultaat is dat we mooier aardappels hebben met dezelfde maat en minder bemesting en gewasbescherming nodig hebben. Duurzaam en economisch.

In het groeiseizoen beschermen we de planten tegen onkruid, schimmels en heel soms ook tegen insecten. Vooral de aardappelziekte (phytophtora infestans) is een bedreiging in het Nederlandse klimaat en kan grote schade aanrichten. Gelukkig kunnen we gebruik maken van steeds sterkere rassen en weersadvies systemen, die waarschuwen wanneer er een infectie kan optreden.

In droge zomers moeten we water geven en dat doen we met een lange slang met een sproeikanon aan het uiteinde, dat we langzaam oprollen. We kunnen dan een strook van 80 bij 500 meter natmaken en moeten de machine daarna weer verzetten naar een nog droog gedeelte. Dit proces gaat meestal dag en nacht door omdat het langzaam gaat en 's nachts het vaak ook goede omstandigheden zijn om te beregenen.

Vanaf September start de oogst en worden de aardappelen uit de grond gezeefd en naar de bewaring gebracht. Alles wordt opgeslagen in houten kisten van 1250kg en in een gekoelde ruimte opgestapeld. Temperatuur en vochtigheid worden voortdurend gecontroleerd en bijgestuurd en op afroep worden de kisten weggebracht om gewassen en ingepakt te worden. Meestal begint dit vanaf februari in het volgende jaar.

Uitbetaling vindt pas plaats in juli als alles verkocht is en de coöperatie de gemiddelde prijs kan uitrekenen. De prijs is afhankelijk van marktwerking, kwaliteit en bewaarduur. Altijd weer spannend wat het wordt.